logo
Home » Aanbod » Seminaries » Het begrip vaste inrichting in inkomstenbelastingen vs btw - LAAKDAL
afdrukken PDF genereren
Prijs : € 195
Datum: 21 april 2020
van 09.00 tot 12.30 uur

LAAKDAL
De Vesten
Kanaalweg 6 bus 1
2430 Laakdal

Opmerkingen:

Het seminarie vindt ook plaats op

- Maandag 18 mei 2020 van 13u30-17u in Gent
- Dinsdag 26 mei 2020 van 14u-17u30 in Brussel

reageer Stel hier nu al uw vraag aan de spreker

X
 
 

Het begrip vaste inrichting in inkomstenbelastingen vs btw - LAAKDAL (20/23 L)

Dankzij de digitalisering en de toenemende globalisering zetten steeds meer ondernemers de stap naar het buitenland. Het kan daarbij gaan van de loutere verkoop van producten in het buitenland tot het uitsturen van medewerkers met de bedoeling een vaste stek op de buitenlandse markt te veroveren. Wanneer de buitenlandse activiteiten van de Belgische onderneming aanleiding geven tot het ontstaan van een fiscale vaste inrichting, creëert het buitenlands avontuur echter ook bijkomende fiscale verplichtingen.

 

In dit seminarie wordt uiteengezet:

- wanneer er een vaste inrichting ontstaat;

- wat terzake de rol van de dubbelbelastingverdragen is;

- welke verplichtingen een vaste inrichting in het buitenland met zich brengt;

- welke verplichtingen een buitenlandse vaste inrichting in België creëert;

- welke voordelen een buitenlandse vaste inrichting biedt t.o.v. het oprichten van een dochteronderneming in het buitenland;

- hoe het zit met de regels voor de aftrek van verliezen van een buitenlandse vaste inrichting (nieuwe regeling vanaf 2020; recapture-regel);

- wanneer er een exit tax verschuldigd is bij de overbrenging van activa naar een vaste inrichting in het buitenland (nieuwe regeling vanaf 2020 ingeval een Belgische vennootschap activa toewijst aan een buitenlandse vaste inrichting, wat als een buitenlandse vaste inrichting activa toewijst aan haar Belgische hoofdhuis?).

 

Omdat het begrip vaste inrichting mee bepaalt waar er btw verschuldigd is en door wie (de leverancier of de afnemer) speelt het begrip vaste inrichting een cruciale rol in de btw-wetgeving. Het Europees Hof van Justitie werd al meermaals verzocht meer duiding te geven over de interpretatie ervan. Tot voor kort werd meestal een antwoord gezocht op de vraag of een bepaalde aanwezigheid in een lidstaat van één van de partijen bij een transactie kwalificeert als een vaste inrichting. In een andere zaak kwam de vraag aan bod of, en onder welke voorwaarden, de aanwezigheid van een derde, die zelf geen partij is bij een transactie, in een bepaalde lidstaat kwalificeert als een vaste inrichting voor een partij. Dat deze vraag bijzonder actueel is, getuigt het groeiend aantal nationale procedures omtrent het strengere standpunt dat een aantal nationale belastingadministraties lijken in te nemen over vaste inrichtingen (met navorderingen van btw, boetes en interesten tot gevolg).

Sprekers

Filip Debelva
Senior Associate Deloite Legal - Lawyers, Gastprofessor KU Leuven & Uhasselt
Ivan Massin
Director Deloitte Belastingconsulenten