logo
Home » Aanbod » Seminaries » Praktijkgevallen bezoldigingsvereiste: 45.000 of 75.000 en veel meer - LAAKDAL
afdrukken PDF genereren
Afgelopen

Blijf op de hoogte
over nieuwe data:
seminaries@odisee.be

Geen soortgelijke opleidingen gevonden

reageer Stel hier nu al uw vraag aan de spreker

X
 
 

Praktijkgevallen bezoldigingsvereiste: 45.000 of 75.000 en veel meer - LAAKDAL (18/165 L)

In naloop van de gefaseerde verlaging van het tarief van de vennootschapsbelasting, heeft de wetgever via de Wet van 25 december 2017 een minimumbezoldigingsvereiste van 45.000 euro ingevoerd. De nieuwe regel heeft heel wat stof doen opwaaien in fiscale middens. Om duidelijkheid te scheppen heeft de minister van Financiën in een parlementaire vraag van 21 februari 2018 haar standpunt uitgelegd.

Ook wordt er in het seminarie dieper ingegaan op de technische verbeteringen en verduidelijkingen die het wetsontwerp houdende diverse bepalingen inzake inkomstenbelastingen (Parl.St. Kamer 2017-18, nr. 54-3147/001) aanbrengt bij de door de Wet van 25 december 2017 ingevoerde artikelen m.b.t. de minimumbezoldiging en die het belang van het aanstellen van een bedrijfsleider-natuurlijk persoon betreffen.

Tijdens dit seminarie krijgt u op praktische wijze de werking van de nieuwe regeling uitgelegd. Hierbij krijgt u een antwoord op o.a. volgende vragen:

- Wie valt onder het principe van de minimumbezoldigingsvereiste? Bestaan hierop uitzonderingen? Valt een éénmanszaak, die 8 jaar actief is, en die wordt ingebracht in een KMO-vennootschap onder de uitzonderingsregeling?

- Hoe moet de minimale bezoldiging worden berekend?

- Welke sanctie past de administratie toe indien de minimale bezoldiging niet wordt gehanteerd? Bestaat hierop een overgangsregeling?

- Wat indien de zaakvoerders/bestuurders van een KMO-vennootschap enkel rechtspersonen bestaan?

Voor verbonden vennootschappen bestaat er groot een verschil. Hier bedraagt de minimum bezoldiging 75.000 euro en dient minstens de helft van de bedrijfsleiders dezelfde persoon te zijn. Hoe we de berekening igv verbonden ondernemingen moeten toepassen wordt uitgelegd aan de hand van een reeks casussen.

Spreker

Carl Van Biervliet
Vennoot-Accountant-Belastingconsulent Vandelanotte, Prof. FHS, Gastdocent EMS en KU Leuven