logo
Home » Aanbod » Seminaries » Privévastgoed in de vennootschap na het Zomerakkoord - GENT
afdrukken PDF genereren
Afgelopen

Blijf op de hoogte
over nieuwe data:
seminaries@odisee.be

reageer Stel hier nu al uw vraag aan de spreker

X
 
 

Privévastgoed in de vennootschap na het Zomerakkoord - GENT (18/154 G)

Na de hervorming van de vennootschapsbelasting is de vraag of de aankoop van een onroerend goed persoonlijk dan wel (gedeeltelijk) via zijn vennootschap moet gebeuren, van uitermate groot belang voor een bedrijfsleider.

Stel bedrijfsleider X koopt tezamen met zijn vennootschap Y een onroerend goed. Hierbij verwerft de vennootschap 20 % vruchtgebruik (beroepsmatig gebruik) en X 80 % blote eigendom (privé gebruik). Vanaf het moment van aankoop draagt de vennootschap 20 % van de kosten verbonden aan het onroerend goed. Onderzocht wordt welke wijzigingen van het Zomerakkoord van belang zijn voor de vennootschap en welke invloed zij hebben. We denken hierbij aan de wijziging in afschrijvingen, de gespreide taxatie volgens art. 47 WIB92, voorzieningen voor risico’s en kosten, de aftrek voor risicokapitaal, de investeringsaftrek, enz…

De vennootschap sluit een huurovereenkomst af met de vennootschap voor het gedeelte dat privématig wordt gebruikt. Er wordt bedongen dat de bedrijfsleider de woning gratis ter beschikking krijgt. Kan de fiscale administratie de bedrijfsleider een voordeel van alle aard aanrekenen voor deze gratis terbeschikkingstelling? Zo ja, hoe gebeurt de waardering? Wat is de zienswijze van de rechtspraak.

In navolging van de vele discussies, heeft de administratie zich uiteindelijk neergelegd bij de uitspraken van de recente rechtspraak en aanvaardt ze dat het fiscaal voordeel mag berekend worden op basis van het geïndexeerd KI * 100/60. Zo blijkt uit een recente circulaire. Er zijn plannen om het belastbaar  voordeel (= geïndexeerd KI 100/60) in de toekomst in alle gevallen te verhogen met een vermenigvuldigingsfactor 2.

Omdat vennootschap Y actief is in een volatiele sector, vindt de bedrijfsleider het van uitermate belang om het vastgoedvermogen zoveel als mogelijk ‘risicovrij’ te maken. Tijdens het seminarie wordt daarom ook onderzocht op welke fiscaalvriendelijke wijze vastgoed kan afgezonderd worden van het ondernemingsrisico. Kan een uitbreng in natura soelaas brengen om een onroerend goed te beschermen tegen een ondernemingsrisico? Dienen er registratierechten betaald te worden bij deze transactie? Kan de vennootschap haar onroerend goed verkopen aan één van de aandeelhouders? Zijn hieraan fiscale implicaties verbonden? Kan een verkoop van een onroerend goed aan een nieuw opgerichte vennootschap een oplossing bieden? Is een inbreng in een nieuw opgerichte vennootschap niet voordeliger? Biedt een (partiële) splitsing mogelijkheden om het vastgoedpatrimonium te beschermen?

Doelstelling van het seminarie is de deelnemers nieuwe horizonten en invalshoeken te laten ontdekken die ze achteraf in hun praktijk kunnen gebruiken.

Spreker

Carl Van Biervliet
Vennoot-Accountant-Belastingconsulent Vandelanotte, Prof. FHS, Gastdocent EMS en KU Leuven