logo
Home » Nieuws » De minister schept duidelijkheid rond de interpretatie van de minimale bezoldigingsvereiste van 45.000 €

De minister schept duidelijkheid rond de interpretatie van de minimale bezoldigingsvereiste van 45.000 €

Een van de onduidelijkheden betrof de interpretatie hoe de minimale bezoldigingsvereiste van 45.000 € moest berekend worden om te ontsnappen aan de afzonderlijke aanslag van voorlopig 5%.
 
Ondertussen heeft de minister van Financiën in antwoord op twee parlementaire vragen duidelijkheid geschapen en mag de voor de belastingplichtige volgende gunstige berekeningswijze worden gehanteerd.
 
Er zijn volgens de minister twee mogelijkheden:
 
1.       Het belastbaar resultaat van de vennootschap vermeerderd met de bezoldiging die aan de bedrijfsleider is toegekend,  bedraagt meer dan 90.000€. In dat geval bedraagt de minimumbezoldiging steeds 45.000€ .
 
Voorbeeld: een vennootschap heeft een belastbaar resultaat (na toepassing van alle bewerkingen) van 80.000€. Zij kent een bezoldiging toe aan haar bedrijfleider van 20.000€. Het "vermeerderd fiscaal resultaat” bedraagt dan 80.000€ + 20.000€ = 100.000€.  In dat geval moet de vennootschap  minimaal aan de bedrijfsleider een bezoldiging toekennen van 45.000 euro. Bijgevolg is de grondslag van de afzonderlijke aanslag 45.000€ (minimale bezoldiging) - 20.000€ (effectieve bezoldiging) = 25.000€; de afzonderlijke aanslag is dan gelijk aan 25.000  x 5% = 1.250€ (aftrekbaar bij de vennootschap)
 
2.       Het belastbaar resultaat van de vennootschap met toevoeging van de bezoldiging aan de bedrijfsleider bedraagt minder dan 90.000€. In dat geval moet de minimumbezoldiging ten minste de helft bedragen (50%) van het fiscaal resultaat vermeerderd met de effectief toegekende bezoldiging.
 
Voorbeeld: een vennootschap heeft een belastbaar resultaat (na toepassing van alle bewerkingen) van 32.000€. Zij kent een bezoldiging toe aan haar bedrijfsleider van 8.000€. Het “vermeerderd fiscaal resultaat” bedraagt dan 32.000€ + 8.000€ = 40.000€. In dat geval moest de vennootschap een minimale bezoldiging toekennen aan de zaakvoerder van 40.000/2 = 20.000 euro. Aan de zaakvoerder had de vennootschap nog extra 12.000 euro moeten toekennen; in dat geval waren fiscaal resultaat en bezoldiging van de zaakvoerder gelijk.  Nu aan de zaakvoerder maar 8.000 euro is toegekend zal een afzonderlijke belasting van 5% verschuldigd zijn op (20.000 - 8.000 dus) 12.000 euro. Afzonderlijke aanslag: 12.000 x 5% = 600 euro ( aftrekbaar bij de vennootschap)
 
Besluit: Tel dus bij het fiscaal resultaat van de vennootschap de toegekende bezoldiging op en deel de som door 2. De uitkomst (beperkt tot 45.000 euro) is de minimale bezoldiging. De grondslag voor de afzonderlijke aanslag is het verschil tussen de aldus bepaalde minimale bezoldiging en de effectief betaalde bezoldiging.  

Noteer dat de bovenstaande wijze van vaststelling van de minimale bezoldiging ook geldt om te weten of een kleine vennootschap voldoende bezoldigingen heeft betaald aan haar bedrijfsleider om van het nieuw verlaagd tarief te genieten.