logo
Home » Aanbod » Seminaries » Uitkering van de liquidatiereserve: 5 voor 12 want 1 januari 2020 is in zicht! - BRUSSEL
afdrukken PDF genereren
Prijs : € 195
Datum: 12 november 2019
van 14.00 tot 17.30 uur

BRUSSEL
ODISEE Hermes-gebouw
Stormstraat 2
1000 Brussel

Opmerkingen:

Dit seminarie vindt ook plaats op:

> dinsdag 5 november 2019 van 9u-12u30 in GENT
> donderdag 14 november 2019 van 13u30-17u in LAAKDAL

Geen soortgelijke opleidingen gevonden

reageer Stel hier nu al uw vraag aan de spreker

X
 
 

Uitkering van de liquidatiereserve: 5 voor 12 want 1 januari 2020 is in zicht! - BRUSSEL (19/158 B)

Onder de regering Di Rupo steeg het algemeen tarief van de roerende voorheffing op liquidatieboni van 10 % naar 25 % (ondertussen 30 %). De wetgever stelde evenwel een tijdelijke overgangsmaatregel in, waardoor vennootschappen de mogelijkheid verkregen om de in het verleden opgebouwde reserves “vast te klikken” in kapitaal. Daarvoor moest 10 % roerende voorheffing onmiddellijk betaald worden, maar in ruil daarvoor konden die kapitalen bij een latere liquidatie belastingvrij worden uitgekeerd, zodat men netto 15 % belasting uitspaarde (nu zelfs 20 %).

Via de Programmawet van 19 december 2014 werd beslist om deze overgangsmaatregel (weliswaar in gewijzigde vorm) permanent te maken, zij het dat de nieuwe maatregel enkel voorbehouden was voor KMO-vennootschappen in de zin van art. 15 W.Venn. Zodoende kon de liquidatiereserve voor de eerste maal aangelegd worden tijdens het aanslagjaar 2015. Het voordeel van deze maatregel is dat de uitkering van een dividend een aanzienlijk aan gunstiger tarief kan genieten, nl.

- uitkering bij liquidatie: 0 % RV + 10 % RV bij aanleggen van de reserve = 10 %
- uitkering binnen de 5 jaar: 15 % RV + 10 % RV bij aanleggen van de reserve = 25 %
- uitkering na de 5 jaar: 5 % RV + 10 % RV bij aanleggen van de reserve = 15 %

Maar de werkelijke fiscale druk ligt nog lager!!!

De berekening van de houdbaarheidstermijn wordt berekend vanaf het einde van het boekjaar waarin de liquidatiereserve werd aangelegd. Concreet betekent dit voor aanslagjaar 2015 dat de 5-jarige termijn verstrijkt op 31.12.2019. Daar de roerende voorheffing wordt berekend op de netto-liquidatiereserve, ligt de werkelijke belastingdruk dus lager dan 15 %, nl. 13,64 %. Wat een kostenbesparend effect heeft van 16,36 %.

Tijdens dit seminarie wordt dieper ingegaan op de uitkeringsmodaliteiten van de aangelegde liquidatiereserves  zowel aangelegd bij een vast-klik-operatie als bij de gewone met ingang van aanslagjaar 2015 en bij de bijzondere liquidatiereserves. Waarmee dient men rekening te houden? Wat indien een deel van de aangelegde liquidatiereserve werd geïncorporeerd in het kapitaal? Wat indien er verliezen mee werden aangezuiverd? Wat als een deel reeds werd uitgekeerd tijdens de kapitaalvermindering? Wat bij een herstructurering zoals een fusie, een splitsing? Speelt de wijziging van het Wetboek van Vennootschappen hier ook rol in en/of biedt die aandachtspunten dan wel bijkomende voordelen? Kan ik een combinatie maken met het VVPRbis-systeem en welk geld kan ik voor deze laatste gebruiken ?

Dit en tal van andere situaties komen aan bod tijdens deze uiteenzetting.

Spreker

Carl Van Biervliet
Vennoot-Accountant-Belastingconsulent Vandelanotte, Prof. FHS, Gastdocent EMS en KU Leuven