logo
Home » Aanbod » Seminaries » Praktijkgevallen over onroerende verhuur: bekommernissen en oplossingen - BRUSSEL
afdrukken PDF genereren
Afgelopen

Blijf op de hoogte
over nieuwe data:
seminaries@odisee.be

reageer Stel hier nu al uw vraag aan de spreker

X
 
 

Praktijkgevallen over onroerende verhuur: bekommernissen en oplossingen - BRUSSEL (19/152 B)

Via de Wet van 14 oktober 2018 werd de onroerende verhuur op drie vlakken aangepast, namelijk:

- de invoering van een optionele btw-heffing op onroerende verhuur;
- de verhuur van opslagruimtes;
- de kortdurende verhuur (hoogstens 6 maanden) van onroerende goederen en gronden.

De datum van inwerkingtreding dateert al van 1 januari 2019. Bij nazicht van de nieuwe uitgebreide circulaire van 21 maart 2019, blijkt dat er in de praktijk toch nog een aantal problemen mogelijk zijn. Tijdens dit practicum komen deze situaties uitgebreid aan bod. Denk bijvoorbeeld aan de verhuur van een gebouw met bijhorend terrein, de verhuur van een terrein, de verhuur van een gebouw waarbij de belastingplichtige enkel toegang heeft via een gemeenschappelijke lift en gang, het geval waarbij de belastingplichtige zijn bedrijfsruimte enkel kan bereiken via zijn privéruimte, …

In het verlengde van deze wetswijziging werd de herzieningstermijn voor gebouwen die onder de optieregeling met btw worden verhuurd, verlengd naar 25 jaar. De modaliteiten van de nieuwe herzieningstermijn zijn opgenomen in het KB van 12 mei 2019. Die verlengde herzieningstermijn kan wel eens onverwachte nadelige gevolgen hebben, in het bijzonder als het gebouw werd gezet op basis van bv. een opstalrecht. En daarnaast voorzien de nieuwe herzieningsregels in nog enkele andere speciale gevallen.

De verhuur op korte termijn zal in de praktijk ook tot heel wat verwarring leiden, en dus ook onvermijdelijk tot btw-fouten. En het is bij zo’n verhuur aan btw-plichtigen ook belangrijk de juiste wisselwerking tussen al die nieuwe maatregelen te kennen. Is de verhuur aan een btw-plichtige voor vier maanden van een opslagruimte verplicht aan btw onderworpen als verhuur op korte termijn, of verplicht aan btw onderworpen als opslagruimte, of moet er toch geopteerd worden voor de btw-heffing om een vrijgestelde onroerende, en dus verlies van btw-aftrek te vermijden?

Zowel voor de optionele btw-heffing als voor de verplichte btw-heffing op de verhuur van opslagruimte, is het gebruik van het gebouw door de huurder doorslaggevend. Wie zal er naar de fiscus toe opdraaien voor een eventuele herziening van de afgetrokken btw als de huurder die bestemming toch anders invult?

En wat is de impact van deze nieuwe vormen van verhuren voor bv. een btw-eenheid? Is die nog nuttig? En heeft een onroerende btw-lease nog zin?

Niet enkel het btw-aspect vormt een probleem. Zo kan ook de vraag worden gesteld of er een evenredig registratierecht moet worden voldaan bij de registratie van de huurovereenkomst?

We bekijken de praktijkvoorbeelden niet enkel vanuit de bril van de verhuurder. Ook de nieuwe btw-regeling komt aan bod waarbij de huurder een vergoeding verkrijgt van de verhuurder voor werken die door de huurder werden uitgevoerd in het verhuurde goed.

Tijdens dit seminarie krijgt u op praktische wijze een overzicht van heel wat gevallen die zich kunnen voordoen in de praktijk. Hierbij krijgt u de nodige commentaar en adviezen van de spreker.


Spreker

Jurgen Opreel
Managing partner De btw-lijn, Prof. FHS, Lector UC Leuven Limburg