logo
Home » Aanbod » Seminaries » Artikel 15 W.Venn. of art. 1:24 WVV: de KMO-definitie in een nieuw jasje - E-SEMINARIE
afdrukken PDF genereren
Prijs : € 195
Datum: 12 juni 2020
van

On demand

Opmerkingen:

U kan zich nog tot 31 augustus 2020 inschrijven om dit seminarie on demand te volgen.

Geen soortgelijke opleidingen gevonden

reageer Stel hier nu al uw vraag aan de spreker

X
 
 

Artikel 15 W.Venn. of art. 1:24 WVV: de KMO-definitie in een nieuw jasje - E-SEMINARIE (20/34 O)

De criteria om de grootte van een vennootschap te bepalen, zijn al meermaals aan wijzigingen onderhevig geweest. Hierdoor is al te vaak gebleken dat bedrijven van oordeel zijn dat ze niet meer als een KMO worden beschouwd, terwijl dit wel nog het geval is. Een pijnlijke (en fiscaal dure) beslissing waarvoor men zich best kan behoeden.

Vandaar de noodzaak een goeie basiskennis te bezitten van dit befaamde art. 15 W.Venn/art. 1:24 WVV – vaak omschreven als één van de belangrijkste fiscale artikelen (nvdr en niet opgenomen in het WIB) – en deze kennis ook regelmatig eens aan een update te onderwerpen. Weet dat bv. een successieplanning van een “grote” groep vaak kan genieten van de fiscale voordelen van een KMO..… 

Een eerste aanpassing aan art. 15 W.Venn waar we naar teruggrijpen,. gebeurde door de wet van 18 december 2015 tot omzetting van de Richtlijn 2013/34/EU. De toen ingevoerde regels waren van toepassing op de boekjaren die een aanvang namen na 31 december 2015. We kregen er hierbij overigens een nieuwe (3e) soort bij: de microvennootschap.

In april 2019 werd de wet van 23 maart 2019 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen in het BS gepubliceerd. Deze wet hernam art. 15 en 16 W.Venn. in haar art. 1:24 tot 1:27 WVV. Omdat het W.Venn. geen coherente definitie van het begrip “personeelslid” omvatte, werd in het WVV bijkomstig een artikel voorzien dat uitlegt wat onder “personeel” moet worden verstaan (art. 1:27 WVV).

In dit seminarie wordt eerst en vooral gedefinieerd wat onder het nieuwe WVV onder een kleine vennootschap moet worden verstaan. De toepasselijke criteria worden nauwgezet geanalyseerd, rekening houdend met de nieuwe definitie die het WVV voorziet voor het begrip “personeel”. Vervolgens wordt nagegaan wanneer een vennootschap van klein naar groot kan overgaan (en omgekeerd). Ook wordt er besproken hoe de regels moeten toegepast worden in het geval van nieuwe vennootschappen. Hetzelfde geldt in geval van een langer of korter boekjaar. Een volgende punt betreft de toepassing van de criteria in geval van verbonden vennootschappen.

Een volgend aandachtspunt in dit seminarie is de vraag in welke situaties de grootte van de vennootschap een rol speelt. Bepaalde fiscale gunstmaatregelen zijn immers enkel van toepassing op kleine vennootschappen, dus het is van groot belang te weten wanneer een vennootschap onder de nieuwe regels van het WVV als klein wordt beschouwd.

Een greep uit de vele fiscale gunstmaatregelen (> 20) die verbonden zijn aan art. 15 W.Venn./art. 1:24 WVV : het tarief in de vennootschapsbelasting, dividenden aan een verlaagde RV (zowel VVPRbis als de liquidatiereserve), aftrek voor risicokapitaal, voorafbetalingen…

Meer nog, zelfs de keuze van de afsluitdatum van een vennootschap kan er voor zorgen dat een KMO-vennootschap nog als een microvennootschap wordt beschouwd en zo misschien nog (meer) fiscale voordelen kan verkrijgen.

Spreker

Carl Van Biervliet
Vennoot-Accountant-Belastingconsulent Vandelanotte, Prof. FHS, Gastdocent EMS en KU Leuven